"Sol Iustitiae, Het Utrechtsch Studentenblad", nr. [1], 7 October 1943
Op 7 oktober 1943 verscheen het eerste nummer van een illegaal Utrechts universiteitsblad, Sol Iustitiae. Zowel Wim Eggink als Cuuks van Valkenburg hebben zich zeer ingespannen voor de illegale periodiek Sol Iustitiae, die als ondertitel had Het Utrechtsch Studentenblad. Een andere naam, welke in verband met dit blad genoemd behoort te worden is die van de hoogleraar geofysica F.A. Vening Meinesz, die zich ook onderscheiden heeft door het feit dat hij een aantal Joodse kinderen op zijn Overijsselse buitenverblijf een onderduikadres bezorgde. De Sol Iustitiae bevatte interessante artikelen over het toen bij veel studenten levende ideaal van saamhorigheid, de na de oorlog te verwezenlijken "Civitas Academica-gedachte". Daar kwam overigens in de praktijk heel weinig van terecht.
"Sol Iustitiae", nr. 3, Februari 1944
"De Uilenspiegel der Utrechtsche Studenten", nr. Februari 1944
Via het illegaal uitgegeven blad De Uilenspiegel der Utrechtsche Studenten probeerde men in het Utrechtsch studentencorps enig contact met de leden in stand te houden. In het februarinummer van 1944 reageerde de redactie van De Uilenspiegel op de plannen om in Utrecht te komen tot een algemene studentenvereniging, die alle Utrechtse studenten zou moeten omvatten. Niet volstrekt negatief, maar ook niet super positief, want het Corps met zijn tot vroeg in de negentiende eeuw teruggaande geschiedenis had wel wat te verliezen.
"Ons Volk. Den Vaderlant ghetrouwe", nr. 1, 7 October 1943

In september 1943 maakten Wim Eggink en de naar Utrecht overgekomen Leidse student Han Gelder de noodzakelijke afspraken voor het opzetten van een illegale krant. Als naam bedachten zij: Ons Volk. Den Vaderlant ghetrouwe. Zij wilden dat het een landelijk blad werd, maar in afwijking van wat de bestaande landelijke bladen van elkaar onderscheidde zou Ons Volk in de optiek van Eggink en Gelder geen politieke of religieuze kleuring mogen hebben. De krant moest puur op nieuwsvoorziening gericht zijn. Via Radio Oranje en de BBC uitgezonden redes konden erin opgenomen worden. En verder hoorde er voor het laatste oorlogsnieuws een plaats ingeruimd te worden. De oprichters wilden het moreel van degenen, die Ons Volk zouden gaan lezen versterken, en niets anders.

Al heel snel was er voor Ons Volk een team van medewerkers in de weer als: Bob Ameling, Wim Cornelis, Piet Laseur, Guus Maris, Jan van Mansvelt en Frits Sobels. Om aan de tekst van de redes die Radio Oranje en de BBC uitzonden te komen, schakelde Wim Eggink uiteraard Jan Verhagen in. Dankzij de kopij die deze gedurende vele maanden geleverd had aan de redactie van Slaet op den Trommele wist hij wat hij van Verhagens radioluisterdienst mocht verwachten.

Ons Volk werd een groot succes. Op zijn hoogtepunt bereikte de krant een oplage van 120.000 exemplaren.


"Het Parool", nr. 63, 10 Januari 1944
"Het Parool", nr. 64, 5 Februari 1944

Het drama dat de medewerkers van Het Parool in januari 1943 trof.

Op 21 januari 1944 overvielen de Duitsers op diverse plaatsen in het land medewerkers van Het Parool. Een eerder gevangen genomen Parool-medewerker liet zich de namen en adressen na een langdurig verhoor ontfutselen. Natuurlijk waren er studenten, die zich voor landelijke illegale organen als Het Parool verdienstelijk hebben proberen te maken. Zo behoorden dan ook Wim Eggink en Han Gelder, de beide oprichters van Ons Volk, tot de slachtoffers van de overval. Han Gelder benam zichzelf het leven, Wim Eggink werd gevangen genomen.


Foto hoek Kromme Nieuwe Gracht en Pieterstraat
Wim Eggink woonde bij zijn ouders boven de tandheelkundige polikliniek, waaraan zijn vader als administrateur verbonden was, in de Pieterstraat no. 11. Op de foto: het pand op de hoek aan de overkant. Ook na Wim Egginks gevangenneming bleef de woning een centrum van verzetsactiviteiten. Zijn in het Utrechts Kindercomitť en voor Ons Volk actieve verloofde (later vrouw), de studente Hans van Hellenberg Hubar woonde er, terwijl bovendien de ouders van Wim Eggink volledig akkoord gingen met het komen en gaan van de vroegere vrienden van hun zoon die voortzetten wat hij begonnen was.



"Ons Volk. Den Vaderlant ghetrouwe", nr. [De Invasie is begonnen], Juli 1944

Proces tegen Wim Eggink en de medewerkers van Het Parool

Op 25 en 26 juli, 1 en 8 augustus 1944 stonden in Utrecht 23 medewerkers van Het Parool, zetters, drukkers en verspreiders (waaronder Wim Eggink), van de 42 van medewerking verdachte personen die sedert december 1943 opgepakt waren, terecht. Het proces vond plaats in het rechtbankgebouw aan de Hamburgerstraat voor het Deutsche Obergericht als Sondergericht in den besetzten niederlšndischen Gebieten. Op 8 augustus 1943 werden de vonnissen uitgesproken.

Op 31 juli 1943, tijdens het tegen hem in Utrecht gevoerde proces voor het Sondergericht in de Hamburgerstraat is Wim Eggink in de rechtszaal (de formaliteiten) en de gevangenis aan de Gansstraat getrouwd met Hans (Johanna) van Hellenberg Hubar. Een aantal jaren na Wim Egginks dood als dwangarbeider te Hameln is zij hertrouwd met diens vriend en opvolger als coŲrdinator van Ons Volk, Jan van Mansvelt.


"Oranje-Bulletin", nr. 26 [Oproep aan het spoorwegpersoneel]
"Oranje-Bulletin", nr. 49 [Collaborateurs (het personeel van de Arbeidsbureaus)]
De in september 1944 begonnen spoorwegstaking maakte een grootscheepse aanpak van de verspreiding van illegale bladen verder onmogelijk. Het evenals Ons Volk door studenten geredigeerde Oranje-Bulletin was bestemd voor een veel kleiner verspreidingsgebied. Een groot aantal redacties van illegale bladen werkte ten behoeve ervan samen.



Plakplaatjes
De Ezelsprent

De afbeelding op de Ezelsprent spreekt voor zichzelf. Het ligt al evenzeer voor de hand, dat de prent bij voorkeur in de buurt van arbeidsbureaus aangeplakt werd. En dat is inderdaad ondanks de risico's die er aan verbonden waren vaak juist daar gebeurd.

'Ik geef my ook op voor Duitschland. Ze zeggen dat het gras daar veel beter is dan hier'.

Achter het pseudoniem 'Tyl' gaat de tekenaar A. Frederiks schuil. Hij werkte bij de Nederlandse Spoorwegen.


Plakplaatjes
Bij het woord 'plakplaatje' geven de woordenboeken Nederlands van nu geen beschrijving die duidelijk maakt, wat daar in 1944 mee bedoeld werd. Tegenwoordig spreekt men van 'sticker'. Het lag in de tijd van de Duitse bezetting kennelijk zelfs nog niet voor de hand om meteen al stickers te gaan gebruiken. Het idee moest ontstaan. Maar toen het idee er eenmaal was, maakten de Utrechtse studenten daar graag gebruik van en wilden ze ook de Belgen van hun plakplaatjes voorzien.

Het "Stichtse Pepertje"
Bob Ameling, Frits Sobels en Hans Muus runden tijdens de laatste oorlogsmaanden een kleine uitgeverij 'Het Stichtse Pepertje'. Deze uitgeverij legde zich in de eerste plaats toe op humoristische publicaties (tekenaar als bij de Ezelsprent: Tyl, pseudoniem van A. Frederiks). Boekjes met cartoons leverden veel geld op, geld waaraan behoefte was om de illegale activiteiten te kunnen bekostigen. Hier zijn te zien: A. den Doolaard, Vooravond Kerstmis 1944; Mosquito-Kalender 1945; Mosquito Februari 1945; Mosquito Maart 1945. De naam 'Mosquito' gaat terug op een vliegtuigtype, dat bij de geallieerden in gebruik was.

Een professor actief in de illegale pers

De pagina's 92 tot en met 95 uit W. Drees, Een jaar Buchenwald, Amsterdam 1961.

Professor Geyl heeft onder meer in het kampdeel voor de gijzelaars van het concentratiekamp Buchenwald gevangen gezeten. Een medegevangene aldaar was de latere Minister-President Willem Drees. Drees vertelt in zijn Een jaar Buchenwald, hoe op een gegeven moment een hoge SSer een lezing over de nationaal-socialistische waarden kwam houden. Toen deze spreker Nederlanders prees die zich als vrijwilligers voor het Duitse leger aanmeldden, riep Geyl uit 'Das sind Verršter!' De spreker stopte en de aanwezigen wachtten bezorgd de collectieve straf af. Geyl meldde zich vervolgens als degene die de lezing verstoord had, maar wonder boven wonder had het incident noch voor hemzelf noch voor de groep gevolgen.

Na zijn vrijlating in februari 1944 ging Geyl artikelen schrijven voor het illegale Vrij Nederland. Op het eind van de oorlog moest hij zelfs nog onderduiken, toen er wapens en munitie in de kelder van zijn huis aangetroffen werden.