Krantenbericht "NRC" over uitsluiting Joodse studenten, d.d. 15 februari 1941
Op 15 februari 1941 meldde de NRC, dat er voor Joden bij de instellingen voor hoger onderwijs met onmiddellijke ingang een numerus clausus ingevoerd werd. Joden verloren dus het recht om zich zonder meer te kunnen laten inschrijven op grond van behaalde diploma's gelijk dit voor andere inwoners van Nederland het geval was.
Vox Studiosorum, d.d. 14 februari 1941
In het blad van het Corps en de UVSV, Vox Studiosorum, d.d. 14 februari 1941 was een artikel opgenomen van G.L. (= Geert Lubberhuizen) 'Jud SŁss: niet gewenscht', dat samen met wat er in het nummer van 21 februari stond tot strafmaatregelen van de bezetter leidde.
Vox Studiosorum, d.d. 21 februari 1941

Half februari 1941 viel het besluit, dat Joodse studenten niet langer tot de universiteiten toegelaten mochten worden. Op 21 februari reageerde het blad van het Corps en de UVSV, de Vox Studiosorum met een voorpagina, die op een niet mis te verstane wijze de uitsluiting van Joodse studenten van het universitaire onderwijs hekelde. De Vox werd daarop verboden.

Geert Lubberhuizen moest zich vanwege zijn artikel 'Jud SŁss: niet gewenscht' in het nummer van 14 februari drie maanden lang dagelijks bij de SD (Sicherheitsdienst) op de Maliebaan melden. Een niet-redactielid, C.W. Ritter werd een soortgelijke straf opgelegd voor zijn stuk 'Bij het eervol ontslag van mijn radio' in het nummer van 21 februari.

De voorpagina en de artikelen van Lubberhuizen en Ritter kwamen de hoofdredacteur Evert Bloembergen uit hoofde van het leidersbeginsel dan bovendien op de veel zwaardere straf van twee maanden gevangenisstraf te staan.



Maliebaan 72 en 74
Gevels van de huizen no. 72 en 74 aan de Maliebaan
De Sicherheitsdienst (SD) was gevestigd op no. 74: het huis met de ronde poort en erker. In het huis, daarvoor, no. 72 , woonde de juriste Marie Anne Tellegen. Al heel snel speelde zij (schuilnaam: Dr. Max) een rol in het verzet, een rol die zo belangrijk werd dat men haar opnam in het in juni 1943 opgerichte Nationaal Comitť van Verzet (NC).
Vivos Voco, d.d. 6 maart 1941
Het blad van Unitas, Vivos Voco, waarvan de redactie zich solidair met de collega's van Corps en UVSV verklaarde, onderging kort later hetzelfde lot, evenals trouwens het Veritas-orgaan Vox Veritatis.
Dagboek Kruyt: Verbod studentenbladen in februari en maart 1941
Kruyt,die eerder al het verbod op de uitgave van de Vox Studiosorum vermeld had, doet dat hier voor de Vox Veritatis en Vivos Voco. In het Unitasblad was gezinspeeld op de titel 'Vox Studiosorum' (nl. 'De stem van de studenten') met de woorden 'Dum tacet, clamat': 'Terwijl zij (de stem van de studenten) zwijgt, schreeuwt zij'.
Slaet op den Trommele, nr. 4
Het blad Slaet op den Trommele van de Jong-Liberalen was een van de eerste illegale bladen, waarin Utrechtse studenten actief waren. Het werd in april 1941 gelanceerd. Een bijna afgestudeerde student geneeskunde, Bert van der Burg en Wim Eggink deden als redacteurs hiervan bredere ervaring met het verzetswerk op.
Gelukwens op rouwpapier

Brief van de abactis van de UVSV, Olga Hudig aan de abactis van het Utrechtsch Studentencorps, Frans Dijckmeester.

De abactis van de UVSV, Olga Hudig, wenst de abactis van het Utrechtsch Studentencorps, Frans Dijckmeester, geluk met de Dies Natalis, de verjaardag van het Corps op 22 mei 1941, maar zij kiest er nogal een ongebruikelijk briefpapiertype voor: papier met een rouwrand.

Zowel Olga Hudig als Dijckmeester zouden zich later in het verzet zeer onderscheiden. Olga Hudig is actief geweest in de Utrechtse studentenorganisatie, die Joodse kinderen op onderduikadressen onderbracht. Maar zij deed ook allerlei ander belangrijk werk, dat wat haar betreft leidde tot een romance en vervolgens een huwelijk met de man, die vanuit Buren het verzet in de Betuwe en de provincie Utrecht coŲrdineerde, Jo van Koeverden. Frans Dijckmeester op zijn beurt werd Engelandvaarder en voerde, na weer in bezet gebied gedropt te zijn, talrijke gewichtige opdrachten uit als geheim agent. Dijckmeester was toen inmiddels wel al afgestudeerd.

Roeiwedstrijden 22 juni 1941
Persfoto: huldiging van de winnende Jonge Vier van Triton
In 1941 werd de Varsity, de jaarlijkse wedkamp tussen de studentenroeiverenigingen, verboden. Het Utrechtse Triton vierde een lustrum en mocht ter gelegenheid daarvan echter toch roeiwedstrijden organiseren. Die vonden op 22 juni plaats. Het ligt voor de hand, dat de studentenroeiverenigingen (Njord uit Leiden, Laga uit Delft) met hun aanhang in groten getale hierop afkwamen. De aanwezigen waagden het om aan het slot gezamenlijk het Wilhelmus te gaan zingen.


Het lustrum van de Utrechtse universiteit in 1941: Lustrumthema

Als motto voor het lustrum van het Corps en de universiteit in 1941 werden twee versregels uit het Wilhelmus gekozen; 'Stantvastich is ghebleven mijn hert in teghenspoet'.

De Utrechtse universitaire traditie wilde, dat het Utrechtsch Studentencorps altijd de opdracht kreeg om de lustrumviering te verzorgen. Daarmee gingen de universitaire autoriteiten ook ditmaal akkoord, zij het dat het Corps ditmaal wel met meer ruimte voor de universiteit als geheel rekening moest houden. De opzet van het Corpslustrum was duidelijk bescheidener dan normaal. Maar toch kwam er nog een programma, dat twee juniweken in beslag nam en de deelnemers tevreden stemde. De aan het lustrum van de universiteit als geheel gekoppelde Universiteitsdag op 23 juni, die bedoeld was voor zowel de stafleden als de studenten en bovendien voor oud-studenten, had ondanks reŽle zorgen over eventuele censuurmaatregelen - het thema was 'geestelijke vrijheid' - eveneens een succesvol verloop.

Kennisgeving opheffing Utrechtsch Studentencorps

Kort na de lustrumviering, op 11 juli 1941, moest de abactis van de senaat van het Corps, Frans Dijckmeester de kennisgeving rondsturen, dat zijn vereniging was opgeheven. Het is denkbaar, dat de Duitsers zich gestoord hebben aan een gedrag van de lustrumvierders, dat nu niet direct wees op enthousiasme over het feit dat Nederland bezet was, en daarom een ingrijpen nodig vonden. Ook de andere Utrechtse gezelligheidsverenigingen - behalve merkwaardigerwijze de UVSV- werden door de bezetter opgeheven.

Op 11 juli 1941 waren dus alle Utrechtse gezelligheidsverenigingen, op de UVSV na, ontbonden. Een gewezen corpslid, L.A.J. Beekman, trad vervolgens als liquidateur van de verenigingen op. Het wekte extra ergernis, dat deze zich (onder meer op de sociŽteit van Unitas) van allerlei toeŽigende.

Dagboek Kruyt: Opheffing studentenverenigingen

Het dagboekrelaas van Kruyt over de opheffing van de studentenverenigingen op 11 juli 1941 bevat enkele opmerkenswaardige elementen. In de eerste plaats valt het op, ook aan Kruyt zelf trouwens, dat hij laat ingelicht wordt. Micky Verloop en Olga Hudig, respectievelijk praeses en abactis van de UVSV vragen hem om op 14 juli om raad vanwege het feit, dat de UVSV niet opgeheven is, maar alleen van Drift 19 naar Herenstraat 38 moest verhuizen. Verder blijken zij contacten te hebben met Marie Anne Tellegen, een voormalig lid van de UVSV die in het verzet steeds belangrijker plaats is gaan innemen en na de oorlog de eerste vrouw in het College van Curatoren werd. Pas een dag later komt er een gesprek met de rector van Unitas, C.A.van de Capellen, en pas op 17 juli met de rector van het Corps J.F.B. van Hasselt. Kruyt dringt er bij Van Hasselt sterk op aan, dat hij zijn best gaat doen voor de instandhouding van de in het gebouw Drift 3 gehuisveste organisatie van de studentenfaculteiten, waarvan hij als rector van het Corps voorzitter was.

De Amsterdamse hoogleraar Duits, J. van Dam stond na Reinink, die waarnemend secretaris-generaal op het departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen was geweest, als secretaris-generaal aan het hoofd van het 25 november 1940 gecreŽerde - in plaats van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen gekomen, departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming.



Interieur cafť-restaurant Esplanade in de
- in 1941 in gebruik genomen -
Stadsschouwburg te Utrecht
Het Esplanade-incident

Op 30 september 1941 deed zich het zogenaamde Esplanade-incident voor. Een twaalftal vierdejaars corpsleden dineerde 's avonds in een zaaltje van het in de Stadsschouwburg gevestigde restaurant Esplanade. Tegelijkertijd vond echter in dit gebouw ook een bijeenkomst van de Nederlands-Duitse vereniging plaats, waarbij onder meer de NSB-hoogleraar H. Westra, later burgemeester van Den Haag, en de Beauftragte namens de rijkscommissaris Seyss-Inquart voor de provincie Utrecht, Brandes, aanwezig waren. Het groepje corpsleden kwam de bezoekers van die bijeenkomst in de foyer tegen. Zij droegen in het knoopsgat van de kraag van hun jasjes anjers. Met glazen bier in de hand maakten zij hatelijke opmerkingen in de richting van het gezelschap van Westra en Brandes. Het gevolg was dat een Nederlandse inspecteur van politie opdracht kreeg de persoonsbewijzen van de twaalf studenten in te nemen.

De Beauftragte nam het gebeurde zeer hoog op en stelde zich met Seyss-Inquart in verbinding. De studenten van hun kant riepen de hulp in van Cuuks van Valkenburg, die na de opheffing van de verenigingen praeses van de Utrechtsche Studenten Faculteiten was geworden. Van Valkenburg stelde nog dezelfde avond de waarnemend rector-magnificus L. van Vuuren op de hoogte. Het werd een grote rel. De net rector geworden Van Vuuren had er zijn handen vol aan.

In het archief van het College van Curatoren bevindt zich een uitgebreid dossier over het incident. Onder meer is daar een verslag van Van Vuuren bij, dat niet minder dan acht foliopagina's telt waarvan de twee eerste hier te zien zijn.

Ingelijste affiche met schorsingsbesluit

Na enkele dagen bleken de Duitsers uiteindelijk bereid de zaak in handen te geven van de rector magnificus, die de studenten in samenspraak met het College van Curatoren vervolgens een schorsing van zes maanden oplegde.

Bert Sedee, jaarpraeses van het vierde jaar bij het Corps, was zo trots op de schorsing, dat hij het op een affiche gepubliceerde schorsingsbesluit per omgaande liet inlijsten en de betrokkenen bij het Esplanade-incident vroeg op de achterkant van de lijst hun handtekening te zetten.

Onder de aanwezige studenten bevond zich onder meer David Verloop, die in 1944 als coŲrdinator van de hulp aan geallieerde piloten in Brussel opgepakt is en toen, om te voorkomen dat hij ten gevolge van folteringen anderen zou verraden, zichzelf het leven benam. Ook van enkele anderen uit de groep zijn latere verzetsactiviteiten bekend. Piet Henry kreeg een Franse onderscheiding voor zijn optreden als begeleider van personen, die uit het door de Duitsers bezette Frankrijk trachtten te vluchten. Bert Sedee en Wim Ente werden Engelandvaarder.

Verbod voor Joden om de Universiteitsbibliotheek te betreden

Bekendmaking aangaande het verbod voor Joden om openbare bibliotheken te betreden.

In een brief, d.d. 14 oktober 1941, deelt de bibliothecaris van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek, A. Hulshof aan de secretaris van het College van Curatoren mee, dat hij de bekendmaking aangaande het verbod voor Joden om openbare bibliotheken te betreden in de bibliotheek en studiezalen zal doen ophangen.



Stil protest met boekbanden
Utrechtsche Studenten Almanak 1940, 1941, 1942. Traditioneel worden almanakken door een redactiecommissie aan het einde van een jaar gepresenteerd. De almanakken voor 1940, 1941 en 1942 zijn dus voorbereid door redacties, die hun werkzaamheden respectievelijk eind 1939, 1940 en 1941 afsloten. Let op de door de oorlogsredacties van de almanakken 1941 en 1942 gekozen kleuren voor de boekbanden, in aansluiting bij de rode almanak van 1940.